Hart van de Materie - Intermezzo: De Deutsche Physik-beweging

Dat wetenschappers ook mensen zijn met alle grote en kleine kantjes, zal niemand ontkennen – god in het diepst van hun gedachten, in het binnenst van hun ziel ten troon, dichtte Kloos. Maar verder heel gewoon, met haaruitval en spijsverteringsklachten, voegde de plezierdichter Drs P daar dan toch wel aan toe. Het zal dan ook niemand echt verwonderen, dat ook wetenschappers niet per se langs de kant gaan staan in totalitaire regimes. Zo ook niet in nationaalsocialistisch Duitsland.

Om dit verhaal te duiden, moeten we terug naar het begin van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel België krachtens internationale verdragen als neutrale (en dus niet-betrokken) partij moest worden beschouwd in potentiële gewapende conflicten, lapt het Duitse Keizerrijk van Wilhelm II dit in 1914 aan de soldatenlaars. Om Frankrijk binnen te kunnen vallen, maakt het Duitse leger op 4 augustus 1914 een omtrekkende beweging door België en valt zo het land binnen.

The Rape of Belgium: of wat de pers daarvan maakte.
Bron: New York Tribune. Issue of Nov. 5, 1917, pg. 14.

Tijdens die bezetting gaat het Duitse leger ongenadig te keer tegen de Belgische burgerbevolking. 6.000 Belgen werden direct gedood, 17.700 stierven tijdens uitzetting, deportatie, in de gevangenis of ter dood veroordeeld door de rechtbank. Alleen al in 1914 verwoest de bezetter 25.000 woningen. Vrouwen worden gedwongen zich te ontkleden (om te controleren of ze geen vermomde verzetsstrijders waren) en dan verkracht. Anderhalf miljoen Belgen (20% van de gehele bevolking) vluchtte uit vrees voor het binnenvallende Duitse leger. In de Angelsaksische pers (die uiteraard ook niet te min is om de zaken nog wat extra in de verf te zetten) klonk luid afschuw voor “The Rape of Belgium”.

Britse oorlogspropaganda uit 1917
Bron: David Wilson - http://www.firstworldwar.com/posters/uk.htm, Publiek domein

 

Zelfs schrijvers zoals Rudyard Kipling (van The Junglebook, bv.) laten zich niet onbetuigd. Zijn gedicht For All We Have And Are uit 1914 begint als volgt:

For all we have and are,
For all our children's fate,
Stand up and take the war.
The Hun is at the gate!

Na de oorlog zal blijken dat heel wat verhalen waar waren, maar niet allemaal. Een groot gedeelte was minstens aangedikt, overdreven or ronduit gelogen. Oorlogspropaganda is een verhaal van alle tijden.

Maar één gebeurtenis was zeker waar. Wat ook de aanleiding was – represailles voor een verzetsdaad of een poging Leuven te intimideren – op 25 augustus 1914 ging de Leuvense universiteitsbibliotheek in vlammen op, door toedoen van Duitse soldaten. Meer dan 300 000 wetenschappelijke werken en onvervangbare middeleeuwse handschriften gingen in vlammen op. Deze culturele ramp lokte overal reacties van afschuw uit, en de Duitse invallers werden overal vergeleken met de Hunnen, die ook zonder respect voor mens of cultuur alles op hun weg plunderden en brandschatten. Hierop kwam, op 4 oktober 1914, een reactie van 93 Duitse wetenschappers, die wellicht ingegeven was door de manier waarop de pers in Groot-Brittannië en de USA de gebeurtenissen nog extra aandikten. Samen publiceren ze An die Kulturwelt! (ook wel het Manifest van de 93) waarin ze de groeiende internationale afkeer van Duitsland aanklagen. In hun eigen woorden:

“Wir können die vergifteten Waffen der Lüge unseren Feinden nicht entwinden. Wir können nur in alle Welt hinausrufen, daß sie falsches Zeugnis ablegen wider uns.”

(We kunnen het giftige wapen van de leugen van onze vijanden niet ombuigen. We kunnen enkel uitschreeuwen naar de hele wereld, dat zij over ons valse getuigenissen afleggen.)

 

Bovendien konden vele Duitsers aan het thuisfront, vaders en moeders van heel wat jonge mannen onder de wapens, zich onmogelijk voorstellen dat hun zonen zich zo gruwelijk zouden misdragen. Zo ondertekende ook Max Planck de tekst – zijn zoon Erwin was namelijk ook in dienst, op weg om de Duitse belangen te verdedigen.

De volledige tekst kan u nalezen in het Duits op http://www.nernst.de/kulturwelt.htm en in Engelse vertaling op https://wwi.lib.byu.edu/index.php/Manifesto_of_the_Ninety-Three_German_Intellectuals.

 

De restanten van de beroemde bibliotheek van Leuven.
Bron: (Foto door N.J. Boon, Holland, februari 1915). Project Gutenberg eBook, The New York Times Current History: the European War, February, 1915. http://www.gutenberg.org/files/18880 - Publiek domein

 

Echter, naargelang de oorlog langer duurde, verhardde ook deze discussie in een stellingenoorlog. Een groep Britse intellectuelen diende deze groep van 93 intellectuelen datzelfde jaar nog van antwoord - onder hen bekende namen zoals Alexander Fleming (de ontdekker van de penicilline), William Bragg (de vader van de studie van kristallen via x-straaldiffractie), lord Rayleigh (de grondlegger van de akoestiek en de ontdekker van het edelgas argon) en de ons ondertussen bekende J.J. Thomson. Wellicht was dit reeds voldoende om de meeste ondertekenaars van het Manifest met de twee voeten op de grond te zetten. In 1921 stelde de New York Times immers de 76 ondertekenaars die nog in leven zijn, de vraag of ze nog achter hun manifest van zeven jaar tevoren stonden. Zestig onder hen (waaronder Planck) hadden er spijt van, en sommigen zeiden vlakaf dat ze zich hadden laten meesleuren en dat ze niet wisten wat ze juist hadden ondertekend.

(De tekst van de Britten is te vinden op  http://www.gutenberg.org/files/13635/13635-h/13635-h.htm#page188.)

Niet iedereen was die mening toegedaan, evenwel. Nog in 1915 eiste een groep Duitse wetenschappers onder leiding van Wilhelm Wien dat de suprematie van het Engels dringend moest worden teruggedrongen: Duitse onderzoekers zouden best geen publicaties meer schrijven in het Engels, buitenlandse werken konden beter enkel nog maar in het Duits worden gedrukt en vooral, alle onnodige Engelse invloed op het Duitse onderzoek diende te worden verwijderd. Niet iedereen dacht zo, maar het tegenmanifest Aufruf an die Europäer, dat opriep voor vrede en wederzijds begrip, trok maar vier ondertekenaars (waaronder Albert Einstein).

Deutsche Physik

Maar daar bleef het niet bij. De anti-joodse wetten van de NSDAP lieten zich ook in de wetenschappen voelen. In Duitsland werden Joodse wetenschappers van de universiteiten verdreven. Meer dan honderd natuurkundigen emigreerden in de jaren 1930 naar de Verenigde Staten waaronder Albert Einstein, vooral toen de Neurenbergwetten van 1935 alle joden verboden om aan een universiteit te werken. Ook niet-Joodse onderzoekers voelden zich belemmerd in hun taak als onderzoeker. Max Born en Erwin Schrödinger brachten de oorlog als het ware in ballingschap door in Edinburgh en Dublin. Slechts een paar – waaronder Werner Heisenberg, over wie we het nog hebben - bleven in het Reich. Met de opkomst van het nazisme was het daarnaast niet verwonderlijk dat er stemmen zouden opgaan voor een raszuivere wetenschap – een Deutsche Physik, die zich niet inliet met de nieuwe (“joodse”) denkrichtingen in de natuurkunde, zoals de relativiteitstheorie en de kwantummechanica. Ironisch genoeg waren het enkele Nobelprijswinnaars die zich opwierpen als de grote voorvechters van deze Arische wetenschappelijke marsrichting: Philipp Lenard en Johannes Stark.

Philipp Eduard Anton von Lenard (7 juni 1862, Pressburg, Hongaarse koningrijk, Oostenrijkse Keizerrijk – 20 mei 1947, Messelhausen, Duitsland) op zijn 80ste verjaardag. Lenard won de Nobelprijs voor Natuurkunde in 1905 voor zijn onderzoek naar de eigenschappen van kathodestralen. De familie Lenard kwam oorspronkelijk uit Tirol en behoorde tot de Duitstalige bevolking in Pressburg (vandaag Bratislava in Slovakije). Hij studeerde fysica en chemie in Wenen en Budapest tussen 1880 en 1882, en trok daarna naar Heidelberg en Berlijn, waar hij respectievelijk werkte bij Robert Bunsen en Hermann von Helmholtz. Na omzwervingen in Aken, Bonn, Breslau en Kiel krijgt hij in 1907 een positie aan de Universiteit van Heidelberg als hoofd van het naar hem genoemde Philipp Lenard-instituut. Tijdens zijn carrière werd hij de actieve pleitbezorger van de Deutsche Physik-beweging. Hij gaf een handboekenreeks uit onder diezelfde benaming, en schreef een tekst (Grosse Naturforscher) waarin hij zijn ideeën over het leven van grote wetenschappers uit de geschiedenis weergaf (het boek bevat geen letter over Einstein, Curie, of enige andere twintigste-eeuwse natuurkundige). In 1931 legde hij zijn ambt van hoogleraar in theoretische fysica aan de Universiteit van Heidelberg neer, maar bleef aan de instelling verbonden tot de geallieerden hem in 1945 definitief verwijderden.

Bron: Bundesarchiv, Bild 146-1978-069-26A / CC-BY-SA 3.0. Rechts: Lenard, Philipp (1944). Deutsche Physik in vier Bänden (in German). J.F. Lehmann

 

De zaak-Heisenberg

Een van de belangrijkste doelwitten van de Deutsche Physik was Werner Heisenberg, een van de centrale personen in de ontwikkeling van die nieuwe kwantummechanica. Na de machtsovername door de NSDAP in 1933 begonnen leden van de Deutsche Physik hem als “witte jood” te bestempelen, wat de man meteen verdacht maakte in de ogen van de SS. Op 15 juli 1937 werd Heisenberg zelfs openlijk aangevallen in Das Schwarze Korps, een van de publicaties van het SS-korps. De aanleiding daartoe? Platte bevorderingspolitiek bij de vraag wie Arnold Sommerfeld in München moest opvolgen.

 

Reeds op 1 april 1935 was immers de tijd gekomen voor Arnold Sommerfeld, onder wiens leiding Heisenberg zijn doctoraatsonderzoek had uitgevoerd, om op pensioen te gaan (op emeritaat, in academische termen). De man bleef nog wel aan tot een gepaste wetenschapper gevonden was die zijn positie kon overnemen. Drie onderzoekers, allen oud-studenten en oud-medewerkers van Sommerfeld, kwamen hiervoor in aanmerking, met name Heisenberg (Nobelprijswinnaar Natuurkunde in 1932), Peter Debye (Nobelprijswinnaar Scheikunde in 1936) en Richard Becker, met Heisenberg op kop (toch volgens de Universiteit van München zelf). Dit was niet naar de zin van de Deutsche Physikbeweging, die hun eigen kandidaten naar voren wilden schuiven.

 

In dat kader had Heinrich Himmler, hoofd van de SS, een editoriaal geschreven voor de SS waarin Heisenberg als witte jood werd aangesproken, die best zou verdwijnen – geen holle retorische frase in een tijd waarin joden werden mishandeld, opgesloten en vermoord.

…1933 erhielt Heisenberg den Nobelpreis...- eine Demonstration des jüdisch beeinflußten Nobelkomitees gegen das nationalsozialistisch gesinnte Deutschland...Heisenberg ist nur ein Beispiel für manche andere. Sie allesamt sind Statthalter des Judentums im deutschen Geistesleben, die ebenso verschwinden müssen wie die Juden selbst…

Bron: Weiße Juden in der Wissenschaft, in: Das Schwarze Korps, 15 juli 1937, p.6

Maar Heisenberg liet zich niet intimideren. Hij schreef een brief terug, om Himmler te overtuigen van het ongelijk van de Deutsche Physik.

Wenn die Ansichten des Herrn Stark mit denen der Regierung übereinstimmen, werde ich selbstverständlich um meine Entlassung bitten. Wenn das aber nicht der Fall ist, wie mir vom Reichserziehungsministerium ausdrücklich versichert wurde dann bitte ich Sie als Reichsführer der SS um einen wirksamen Schutz gegen solche Angriffe in der Ihnen unterstellten Zeitung.

Bron: Werner Heisenberg, Brief aan Heinrich Himmler, 21 juli 1937

Bovendien kenden de moeders van beide mannen mekaar (Heisenbergs grootvader langs moederskant en Himmlers vader waren beiden lid geweest van een wandelclub in Beieren), zodat er ook via die weg toenadering werd gezocht.

Met succes, overigens. Op 21 juli 1938 zette de SS-leider de zaak recht. In een brief naar SS-Gruppenführer Reinhard Heydrich stelde Himmler dat Duitsland zich niet kon permitteren een wetenschapper van het formaat van Heisenberg te verliezen of het zwijgen op te leggen. Finaal werd wel Deutsche Physiker Wilhelm Müller aangesteld als opvolger van Sommerfeld – dat kon Himmler blijkbaar niet rechtzetten (of schelen). De man was geen theoretisch natuurkundige, had geen publicaties op zijn naam staan in een natuurkundig tijdschrift, en was zelfs geen lid van de Deutsche Physikalische Gesellschaft (DPG, Duitse Natuurkundige Vereniging). Maar het bleek een pyrrhusoverwinning voor de Deutsche Physik.

Ironisch genoeg was het de afkeer van de beweging voor de nieuwe ontwikkelingen in de natuurkunde die hen de das omdeed. Al snel brak immers de Tweede Wereldoorlog los – een oorlog waarbij onder andere net de nieuwe natuurkunde van de kernsplijting, de uraniumisotopen en de radioactieve straling werd ingelijfd. Heisenberg werd aangesteld tot leider van het Duitse kernprogramma (de Uranverein); Stark en Lenard verloren tijdens de oorlogsjaren alle krediet bij de leiders van het Reich.

 

Heisenberg (links) en Bohr in 1934. Toen de man in 1941 zijn jarenlange vriend Niels Bohr ontmoette in het bezette Kopenhagen, was deze laatste geschokt om te horen dat Heisenberg meewerkte met de pogingen van de nazi’s om een atoombom te maken. Het nieuws sijpelde door naar de geallieerden (via Bohr) en zorgde ervoor dat de Amerikanen hun Manhattanproject versnelden.

In 1944 gaf Heisenberg een lezing in het neutraal gebleven Zwitserland. In het publiek zat een Amerikaans agent, voormalig baseball catcher Moe Berg, gereed met een wapen om Heisenberg ter plekke neer te schieten als hij zou laten blijken dat Duitsland (bijna) klaar zou zijn met hun versie van de atoombom.

De rol van Heisenberg in het Duitse atoomprogramma blijft tot op de dag van vandaag omstreden. Volgens sommigen was het verachtelijke collaboratie, anderen suggereren dat Heisenberg het programma eigenhandig gesaboteerd heeft. Heisenberg zelf heeft steeds het tweede volgehouden. Maar misschien begreep hij de natuurkunde achter de atoombom niet voldoende. Na de val van het naziregime werden Heisenberg en negen van zijn collega’s namelijk geïnterneerd in een Britse boerderij. Hun reacties op de val van de bom op Hiroshima en Nagasaki werden afgeluisterd (om hun atoomgeheimen te weten te komen). Uit deze gesprekken bleek dat een aantal van de berekeningen van Heisenberg (en anderen) rond de minimale massa splijtstof die in de bom moest zitten, fout waren, en dat Heisenberg inderdaad minder begreep van de atoombom dan hij zelf wel wou toegeven. Gelukkig was hij beter in de theoretische kwantummechanica.

Bron: Fermilab, U.S. Department of Energy, publiek domein.

 

 

Geplaatst door Geert op 25/06/2017 om 15:45