De mens, de enige soort met twee functionele levensfases

De mens is de enige soort waarvan het leven twee functionele fases telt. Dit wordt voor het eerst uitgelegd in het boek ‘Eindelijk oud’ (Lannoo, 2017).

Onze voorouders in de evolutie werden niet zo oud als wij. Ouderdom is nog maar een goede 40 duizend jaar oud, en het heeft onze evolutie enorm beïnvloed. Nieuwe technieken in de paleontologie laten toe het de leeftijd van een overleden mensachtige te bepalen tot op een jaar nauwkeurig. Ze steunen op de slijtage van de tanden. Tot voor de mens stierven onze voorouders op een leeftijd van ongeveer dertig jaar.

Zo’n dertig- tot veertigduizend jaar geleden doet zich een merkwaardig kantelmoment voor in de evolutie van de mens: hij wordt minstens dubbel zo oud. De verklaring die hiervoor gegeven wordt in ‘Eindelijk oud’, draait om genetische mutaties.

  

Er zijn genen ontdekt die voor het lange leven van de huidige honderdjarigen verantwoordelijk zijn. Laten we ze langlevengenen noemen. Ze zijn wellicht meerdere malen ontstaan door mutaties in onze lange voorgeschiedenis, maar hadden niet de gelegenheid tot expressie te komen. Dertig- tot veertigduizend jaar geleden echter veranderde er veel; er deed zich een ingrijpende wijziging voor in onze intelligentie: een vervloeiing van de al lang bestaande technische, ecologische, sociale en algemene intelligentie tot één sterke computer. Daardoor begon de menselijke cultuur te boomen. In deze nieuwe omgeving konden dragers van de langlevengenen beter gedijen, en kon de eigenschap ‘lang leven’ zich ontwikkelen. De baten werden groter dan de kosten.

Er zijn evolutionaire kosten verbonden aan een hoge leeftijd, die leidde tot een uitbreiding van het huisgezin: als meer familieleden langer in leven blijven, wordt de familie veel groter, wat betekent dat het voedsel over meer monden moet worden verdeeld. De ouderen gingen niet mee op jacht… ze slorpten energie op.

Er zijn ook baten van een langer leven. In de eerste plaats kennen grootmoeders een menopauze. De klassieke verklaring voor het optreden van een menopauze was dat de eicellen na een bepaalde leeftijd, de maximale leeftijd die eigen was aan de mens, opgeraken. Dat klopt niet: als er een voordeel verbonden was aan kinderen baren op hogere leeftijd, zou de evolutie voor flink wat meer eicellen zorgen, dan zou ze de productie verlengen, zoals bij chimpansees. De verklaring van de menopauze bij de mens ligt in een evolutionaire aanpassing. Grootmoeders kunnen immers hun energie richten op de overleving van kleinkinderen in plaats van de eigen kinderen. Onderzoek bij huidige Afrikaanse jager-verzamelaars wees uit dat kinderen meer overlevingskansen hebben als ze naast de zorg van moeder ook op grootmoeder kunnen rekenen. Zij zorgt voor meer voedsel op tafel, voor meer bescherming, opvoeding... Met een grootmoeder in de familie hadden kinderen dus meer baten.

Een hogere leeftijd biedt nog een voordeel: oudere mensen in de gemeenschap kunnen zorgen voor onderricht. Ze hebben in de loop van hun lange leven veel ervaring opgedaan. Grijsharigen zijn een bron van wijsheid voor de kinderen, maar ook voor de gemeenschap als geheel. Bij de jager-verzamelaars van vandaag zijn de senioren de wijzen van het dorp. Zij zorgen voor organisatie, advies, rechtspraak en onderricht. De ervaring was een zeer groot voordeel, iedereen profiteerde van de nieuwe bron van weten en kunnen.

Nog een voordeel is de mogelijkheid om cumulatieve cultuur te scheppen. Dat betekent dat wat de ene generatie als nieuwigheid heeft ontwikkeld, doorgegeven kan worden aan de volgende, die de vernieuwing nog kan verbeteren. Aangezien elke generatie kan steunen op de vorige om culturele verworvenheden te cumuleren, kun je pijlsnelle ontwikkelingen verwachten. De opkomst van de ouderdom gaf dus een boost aan de cumulatieve cultuur.

We hoeven er niet aan te twijfelen dat de hoge leeftijd van de mens bijzonder veel voordelen bood, iedereen voer er wel bij. Honderdduizend jaar geleden boden de gemuteerde genen die zorgen voor een langer leven wellicht geen voordelen; ze kenden enkel nadelen door de hoge prijs. Ze kregen evolutionair dan ook geen kans: mensen stierven als dertiger.

Dat leidt tot de kerngedachte van ‘Eindelijk oud’: er ontstaan twee levensfases die elk een functie bekleden. De eerste fase zorgt voor de voortplanting, wat gepaard gaat met statusgedrag, agressie… De tweede fase zorgt voor een verbetering van de samenleving door het verhogen van de cultuur, het organiseren van de gemeenschap, het onderricht… Beide functies zorgden ervoor dat de mens als soort bleef bestaan en kon floreren. Betere samenleving, meer overleving, minder kans op uitsterven.

Dankzij de tweede levensfase konden kunst, techniek, wetenschap, geneeskunde, religie, oorlog… tot bloei komen.

 

‘Eindelijk oud’ steunt op deze visie om de plaats van de senior in onze samenleving te herwaarderen. Hoe kan men gelukkig ouder worden? Wat is de inbreng van voeding, beweging, sociale contacten, hulp bieden… in het verlengen van een gezonde en aangename oude dag? Bestaat er toch nog seks bij oudere mensen? Ja, natuurlijk, vaak zelfs meer dan bij jongeren. Dat komt doordat de seks is losgekoppeld van de voortplanting, en in de loop van de evolutie een andere functie kreeg, als een bindend, kalmerend en vooral plezierig gedrag.

Ook klassieke vraagstellingen die rijzen bij het bekijken van de oude dag, komen aan bod. Waarom gaat de tijd sneller als je ouder wordt? Wat zijn bijna-doodervaringen, en wijzen ze op het bestaan van een hiernamaals? Wie heeft recht op euthanasie?

Door een evolutionaire bril op te zetten, kunnen we ook bij de ouderdom veel meer leren dan we denken. Onze lange voorgeschiedenis blijft overal en altijd invloed uitoefenen.

 

Door Mark Nelissen

 

Voor meer informatie over het boek "Eindelijk oud":

http://www.marknelissen.be/eindelijk-oud.html

https://www.facebook.com/eindelijkoud/

 

 

Geplaatst door Geert op 16/06/2017 om 22:08