Tabak - Genotsmiddel bij uitstek

Tabak wordt vrijwel steeds geassocieerd met de stof nicotine. Die associatie is terecht: nicotine is het belangrijkste alkaloïde in de tabaksplant, en zorgt voor de karakteristieke geur van tabak. Zowel de Latijnse naam van de tabaksplant, als het woord nicotine zelf zijn overigens afgeleid van de achternaam van Jean Nicot, de Franse ambassadeur in Portugal, die in 1550 voor het eerst een set tabakszaden naar Parijs stuurde. Hij had deze in Lissabon verkregen van een Vlaamse handelaar die ze zelf in Florida had gekocht. Toen Nicot in 1561 terugkeerde naar Frankrijk schonk hij de koningin, Catharine de Medicis, een aantal van de planten, en noemde ze ter ere van haar Herbe de la Reine, en Herbe Medicee. Beide namen geraakten echter in onbruik, en enkel de naam van de importeur bleef hangen – het plantengeslacht Nicotiana was geboren, net als de naam van de meest beruchte stof die eruit voortkwam.

Toebackje – schilderij van Karel Slabbaert (1618-1654)

Geschenk uit het Verre Westen

Wie voor het eerst tabak heeft gebruikt als genotsmiddel, is niet bekend. Wellicht behoorde deze persoon tot een van de indianenstammen in Midden- of Zuid-Amerika, uit het oorspronkelijke gebied van de tabaksplant, Nicotiana tabacum, en leerden deze stammen de verdovende werking van de tabaksplant, zoals zo veel in de geschiedenis, per ongeluk kennen. Ze gebruikten droge tabaksbladeren om vuur te maken, en merkten op een bepaald moment dat de rook van zo'n vuur een meer dan behoorlijk effect had op hun lichaam. De indianen ontwikkelden op termijn ook manieren om de rook rechtstreeks via de neus te inhaleren. Meteen had de tabaksplant z'n roeping in de wereld gevonden als genotsmiddel bij uitstek. Op afbeeldingen van ongeveer 300 jaar na Christus zijn al rokende Maya's te zien. De gewoonte om te roken is dus zo oud als de straat.

Volgens een mythe van de Huron-Indianen zond de grote Geest, toen lang geleden het land onvruchtbaar was en de mensen honger leden, de Grote Geest een vrouw uitzond om de mensheid te redden. Terwijl ze over de wereld reisde, overal waar haar rechterhand de grond raakte, groeiden er aardappels. En overal waar haar linkerhand de grond raakte, groeide er maïs. En toen de wereld rijk en vruchtbaar was, ging ze zitten en rustte. Toen ze opstond, werd tabak verbouwd…

 

De calumet, of pijp van vrede, versierd met adelaarsveren, is een heilige pijp, die nooit mag worden gebruikt voor een andere gelegenheid dan om vrede te sluiten. Publiek domein.

 

Een van de eerste Europeanen die in contact kwam met de wonderlijke tabaksplant, was Christoffel Columbus. Hoewel… Op zoek naar de schatten van Indië (waar hij verkeerdelijk dacht te zijn aangekomen), had hij enkel oog voor specerijen of edelmetalen, niet voor vreemde stukken plantaardig materiaal zoals katoen, of rare gedroogde bladeren. Voor de indianen waren katoen en tabak echter wel hun meest kostbare producten en ze bleven ze dan ook aanbieden aan hun Europese gast. Columbus maakte overigens er een aantekening over in zijn logboek: "…veel mannen, die een bepaald soort blad in hun handen hadden en rook tot zich namen. Dit gebeurde door het blad op te rollen en aan één kant aan te steken ..."

 

God L in zijn paleis, omringd door jonge vrouwen.

Op de troon in het midden zit de oude, tandeloze God L, bekleed met een geweven sjaal en een breedgerande hoed met uilenveren en een opgezette uil erop. God L regeert over Xibalba, de Maya-onderwereld, maar was tegelijk de god van de tabak en de handelaren. Vijf elegante vrouwenfiguren - dochters of concubines - omringen hem op deze afbeelding. Elk draagt een losse, vloeiende sarong, versierd met batik-achtige geverfde patronen, en sieraden aan de oren, nek en polsen. Een van de vrouwen achter God L schenkt chocolade vanuit een vat van dezelfde vorm als de -vaas waarop dit tafereel te vinden is. Een konijn zit als schrijver (en mogelijk als spion) op de voorgrond en neemt nota in een boek bedekt met jaguarbont.

A.D. 670–750, Nakbé region, Mirador Basin, Petén, Guatemala

Bron: Princeton University Art Museum, publiek domein

 

Een van de monniken die Columbus op een van zijn reizen vergezelden, bracht in zijn eigen logboek verslag uit van een andere manier om tabaksrook tot zich te nemen: via een pijpje met twee buisjes, één in elk neusgat. De roker snoof de walm door deze buisjes op, waardoor hij in een staat van vervoering kwam, waar de anderen met eerbied naar stonden te kijken. Terwijl de gewone man zich namelijk tevreden moest stellen met het pruimen van de tabak, mochten slechts opperhoofden en medicijnmannen de tabak daadwerkelijk roken met behulp van zo'n pijp. Van de Spaanse schrijver Oviedo weten we dat deze pijp 'tabaco' werd genoemd, en doordat de naam overging op het kruid dat werd gerookt, zou de naam tabak zijn ontstaan.

 

Een inwoner van de Nieuwe wereld geniet van een pijp, terwijl een vrouw hem nieuwe tabaksbladeren brengt. 
Gravure van Theodore de Bry, Historia Brasiliana, 1590

 

De Spanjaarden brachten deze gedroogde tabaksbladeren naar Europa, en verspreidden de praktijk van het roken over de hele wereld, waarschijnlijk eerst aan andere zeelieden. De Spanjaarden en de Portugezen waren echter niet de enige volkeren die op zoek gingen naar rijkdom en glorie aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Zo was er Sir Francis Drake die zowel de aardappelplant als de tabaksplant in Engeland, twee planten die volslagen onbekend waren in Europa introduceerde. De reactie? De aardappel werd in de hele Oude Wereld aanzien als giftig, terwijl tabak met verwondering en verbazing werd onthaald. Zo werd een Engels handelsschip in 1553 door een storm gedwongen om voor de Russische kust voor anker te gaan, en bracht zo de lokale bevolking in contact met een van de producten die het vervoerde: tabak. De Russen konden hun lol niet op: ze rookten het, kauwden het, snoven het poeder en maakten een alcoholische infusie van de tabak die blijkbaar bijzonder sterk was.

Even belangrijk was de Engelse expeditie van 1584, georganiseerd door Sir Walter Raleigh en geleid door Sir Ralph Lane, en met aan boord de historicus Thomas Harriot. Volgens zijn reisverslag beschouwden de inboorlingen tabak als een geschenk van de Grote Geest, bedoeld om hen vele plezierige momenten te bezorgen. Harriot beschreef ook enkele lichamelijke effecten van de plant:

“Er is een herbe die wordt door zichzelf uit elkaar gezaaid, en wordt door de bewoners uppuwoc genoemd. In de "West-Indië heeft het verschillende namen, volgens de verschillende plaatsen en landen waar het groeit en wordt gebruikt: de Spanjaarden noemen het over het algemeen tabak. De bladeren ervan worden gedroogd en in poedervorm gebracht. Ze gebruiken de rook ervan door deze op te zuigen door pijpen van klei tot in hun maag en hoofd, vanwaar het overtollige zwelling en andere grosse humeuren spoelt, en alle poriën en doorgangen van het lichaam opent…”

Sir Walter Raleigh is echter degene die meestal wordt aangehaald als de man die Europa heeft leren roken. Dat klopt wellicht (als volksheld met vele grote ontdekkingen voor de Engelse kroon, op zijn palmares, deed zijn voorbeeld heel wat Engelsen de vreemde plant uitproberen), maar wellicht was het zijn scheepskapitein, Sir Ralph Lane, die het aan Raleigh heeft geleerd en dus wellicht de eerste Engelse roker moet geweest zijn. Lane,  in 1586 door Raleigh aangesteld als gouverneur van Virginia, leerde hem overigens om zijn tabakskruid te roken met een langstammige kleipijp, waarvan Lane als uitvinder wordt gezien.

Het eerste beeld van een roker in de Westerse geschiedenis, in de monografie Tabaco van de hand van Anthony Chute uit 1595.
Het werk is de eerste discussie in de Engelse taal over de verdiensten van tabak. In het pamflet worden de vele "gezondheidsbevorderende" eigenschappen van de plant aangeprezen, zoals hoe het aanbrengen van een blad op de huid ziekten kan genezen en hoe roken – jawel – de aandoeningen van de ademhaling verlicht.
Volgens Chute heeft tabak "waarschijnlijk veel vreemde deugden heeft die nog onbekend zijn".
Anthony Chute (1595) Tabaco, publiek domein

 

Sir Walter Raleigh (1554, Devon – 29 oktober 1618, Londen) was een Engels ontdekkingsreiziger, militair en schrijver, en een van de sleutelfiguren bij de kolonisatie van Virginia in Noord-Amerika. Hij had van koningin Elisabeth I de opdracht gekregen om Virginia te verkennen, en zo de weg vrij te maken voor verdere kolonisatie van de streek vanuit Engeland. Hiervoor werd hij in 1585 tot ridder geslagen.

In 1594 hoorde Raleigh van een gouden stad in Zuid-Amerika en zeilde erheen om die stad te vinden (en op te eisen). Hij publiceerde een overdreven verslag van zijn reis en droeg zo bij aan de legende van "El Dorado". Na de dood van koningin Elizabeth (in 1603) werd Raleigh gevangen gezet in de Tower wegens samenzwering tegen koning James I. In 1616 werd hij vrijgelaten om een tweede expeditie te leiden op zoek naar zijn El Dorado. Tijdens de expeditie plunderden zijn mannen echter een Spaanse voorpost, wat in strijd was met de voorwaarden van zijn vrijlating en met het vredesverdrag met Spanje uit 1604. Om de Spanjaarden te kalmeren, werd hij bij zijn terugkeer in 1618 geëxecuteerd. In zijn cel liet hij een klein tabakszakje achter met de Latijnse inscriptie “Comes meus fuit in illo miserrimo tempore” ("Het was mijn metgezel tijdens die zeer miserabele momenten.").

Bron: Jules Vernes essay "Découverte de la terre" ; tekening door Léon Benett of Paul Philippoteaux. Publiek domein.

Walter Raleigh zou op een bepaald moment zijn dienaar danig in paniek hebben gebracht door een pijpje op te steken. De tabaksrook die uit zijn neusgaten kwam, deden de plichtsbewuste man vrezen dat zijn meester in brand stond. hij trachtte Raleigh dan ook… te blussen.
Alleen is dit verhaal wellicht niet waar, gezien de grote schare grote namen over wie hetzelfde verteld wordt. Zo gaat hetzelfde verhaal de ronde, maar dan met de toentertijd beroemde nar (tegenwoordig zouden we zeggen – standup comedian) Dick Tarlton in de hoofdrol.
Bron: Montgomery's The Beginner's American History (1904), publiek domein

 

Niet alle Europeanen waren echter gebrand op die rare kunsten uit de Nieuwe Wereld. De gewoonten van de indianen waren heidens en minderwaardig, en de hallucinaties die de plant opwekte, maakten een mens nog wel meer dan verdacht in een eeuw die nog heksen verbrandde. Er deden trouwens een hoop verzinsels over het 'kruid' tabak de ronde: wanneer men hoofdpijn had, was het voldoende om een tabaksblad tegen het voorhoofd te houden, en weg was de pijn! Nu mag u dat thuis ook proberen, veel haalt het niet uit. Maar dit soort bakerpraatjes, en het vermoeden dat tabak ook geneeskrachtige toepassingen kon hebben, trok wel de aandacht van de machthebbers. Overal in Europa werd tabak aangeplant ter bestrijding van alle mogelijke ziekten. Maar ook het verslavende van de plant valt al snel op. In 1610 schrijft Sir Francis Bacon dat het gebruik van tabak een gewoonte is die moeilijk te stoppen is.

In Noord-Amerika werd door Engelse kolonisten tabak verbouwd in de streek Virginia. De eerste kolonisten die uit Virginia terugkeerden naar hun moederland, trokken de aandacht doordat zij pijp rookten. Met name het uitblazen van de rook door de neus maakte diepe indruk. Zo werd het gebruik al snel bijzonder populair in Londen, en heeft het roken dus vooral eigenlijk via de Engelse kolonies in Noord-Amerika toch zijn intrede in Europa gedaan. Zo kwamen er tabakshuizen, net zoals er al wijn- en bierhuizen waren, waar men sprak van tabak 'drinken' (in onze contreien noemde men het 'toeback suyghen'). Het was echter slechts weggelegd voor de rijke klasse, want tabak bleef voorlopig erg duur.

Het had overigens weinig gescheeld of het gebruik van tabak was weer geheel uitgebannen. Om misbruik van tabak tegen te gaan, gaf James I (koning van Engeland van 1603 tot 1625) een in het Latijn gesteld geschrift uit onder de titel 'De Rookhater'. Hij ontkende daarin dat tabak enige geneeskundige kracht zou hebben. Bovendien stelde hij, dat roken een barbaars insluipsel en een gevaar voor de Engelse natie was. Zijn onderdanen wilden echter niet luisteren en bleven doorgaan met het roken van tabak. James I werd opgevolgd door zijn zoon Charles I, die een schitterende en geldverslindende hofhouding om zich heen verzamelde. Om deze dure hofhouding te kunnen betalen, mochten de Engelsen zoveel roken als zij wilden, maar werd hun tabak door hem zwaar belast. En zo werd Charles I de uitvinder van de accijnzen op tabak. De Franse koning Lodewijk XIV, met een zo mogelijk nog duurdere hofhouding, gooide het in zekere zin over een andere boeg. In plaats van belastingen te heffen op het gebruik van tabak, was hij de eerste die een staatsmonopolie instelde op de distributie en verkoop van tabak in Frankrijk … en zo werd ook in Frankrijk tabak een bron van inkomsten voor de schatkist van de vorst.

En als u die belastingen al verschrikkelijk vindt, wat denkt u dan van de Rooms-katholieke Kerk en van de Russische reactie? In 1624 dreigt paus Urbanus VIII alle gebruikers van snuiftabak in de ban te slaan… omdat niezen te sterk zou gelijken op seksuele opwinding. De Russische Tsaar Michael (1596-1645, tsaar vanaf 1613) gaat in 1634 nog verder en stelt zware lijfstraffen in voor wie rookt: bij de eerste overtreding kan men veroordeeld worden tot zweepslagen, het afsnijden van de neus en verbanning naar Siberië. Wie weer wordt betrapt, wordt geëxecuteerd. Roken is een doodzonde! Tsaar Alexei (1629-1676, tsaar vanaf 1645) handhaaft deze strenge maatregelen en laat rokers arresteren en geselen, of laat hun lippen afsnijden. In 1674 komt roken meteen garant te staan voor de doodstraf in Rusland. En de gemeenteraad van Bern (Zwitserland) stelt in 1675 rokers op één lijn met echtbrekers.

Ondanks inspanningen om het gebruik van tabak te beteugelen, bleef het gebruik ervan enorm toenemen in de loop van de zeventiende eeuw. In 1614 stuurden John Rolfe en zijn vrouw Pocahontas hun eerste, nog vrij bescheiden lading tabak naar Engeland, vanuit de Jamestown-kolonie in Virginia. Niet dat die ladingen lang bescheiden bleven. In 1624 werd al 200.000 pond verkocht aan Engeland, in 1638 steeg de uitvoer tot 3.000.000 pond, en in de jaren 1680 produceerde Jamestown meer dan 25.000.000 pond tabak per jaar, louter voor verkoop in Europa.

Langzamerhand kreeg het roken in allerlei landen bovendien ook steun uit de hoogste kringen. Zo liep de Russische Tsaar Peter de Grote (1672-1725, tsaar vanaf 1682) de gehele dag met een pijp in zijn mond (en hief Rusland het rookverbod al op in 1676). Hij verkocht de monopolierechten op de tabakshandel in Rusland voor zeven jaar aan de Engelsen het enorme bedrag van 200.000 pond, en hij gebruikte deze inkomsten om het leger en de marine te financieren en om buitenlandse deskundigen in te huren. Hij dwong overigens de Russische adel te beginnen roken.

Ook in de nieuw gestichte United States of America vond tabak ongehinderd een groot publiek dat naar z'n zegeningen smachtte. De waarde van tabak kwam vooral tot uiting in het feit dat gedroogde bladeren van de plant zelfs als betaalmiddel bij ruilhandel of bij het betalen van belastingen werden aanvaard! Finaal zag ook de Kerk geen graten meer in de rookrage: in 1779 opende paus Benedictus XII gewoon zelf een tabaksfabriek.

 

Dat roken ook elders ingang vond, en ook de Lage Landen een goede pijp tabak wisten te waarderen, bewijzen talloze schilderijen uit de Gouden Eeuw. Hierop kan men zien dat zowel thuis als in herbergen met smaak werd gerookt.
Bron: Adriaan Brouwer en David Teniers de Jongere, “De rokers”, begin 17de eeuw, Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen, publiek domein.

 

Pas sinds het begin van de twintigste eeuw werd tabak in de vorm van 'de sigaret' echt populair. De sigaret bleek immers veel handiger om mee te nemen, en om zelf te rollen, dan de sigaar die tot dan toe in zwang was. De industriële productie van sigaretten kende van dan af een steile opgang, eerst vooral in Noord-Amerika en Groot-Brittannië. Roken werd alomtegenwoordig: op café's, in restaurants, op televisie... Roken werden een deel van de populaire cultuur - denk maar aan de Marlboro Cowboy, aan Sherlock Holmes en zijn meerschuimen pijp, aan kapitein Haddock in Kuifje, aan de Smoking Man in de X-files (ok, dat was bezwaarlijk een held, maar toch).

 

Als er iemand ons beeld van de grote detective Sherlock Holmes bepaald heeft (naast bedenker Sir Arthur Conan Doyle), dan is het wel Sidney Paget, die vanaf de eerste publicatie van Holmes’ avonturen in The Strand Magazine in 1891 zorgde voor de illustraties. De meerschuimen pijp is alleszins een onuitwisbaar deel van het imago van Sherlock Holmes.
Bron: Sidney Paget, in The Man with the Twisted Lip, The Strand magazine, 1891. Publiek domein.

 

Het rijk van de tabaksconsumptie bleef echter niet duren. Eind jaren '50, begin jaren '60 begonnen de gevaren van het roken tot de medische wereld door te dringen en werden de eerste onduidelijke onheilspellende rapporten gepubliceerd. Ook de reactie van de tabaksindustrie, het ontwikkelen van de sigaret met filter, bleek niets gekort, echter. Sinds 1975 zijn de tabaksfabrikanten verplicht op elk pakje sigaretten de mededeling: 'sigaretten roken schaadt je gezondheid' te vermelden. In 1977 startte de eerste antitabakcampagne. Geleidelijk aan werdin heel Europa de reclame voor tabaksproducten aan banden gelegd of zelfs bij wet verboden… en ondertussen is ook het roken zelf verboden in openbare gebouwen, eetgelegenheden, op het openbaar vervoer en op nog vele andere plaatsen. De gouden tijd van de sigaret is over… al staan we nog ver af van de doodstraf uit de zeventiende eeuw.

 

Overlast door rokers op straat, het is toch niet enkel van rond de millenniumwissel – dat leren we uit deze een ingekleurde ets van Henry Heath uit 1827.
Bron: Wellcome Images, CC BY 4.0

 

Deze blogpost is een aanvulling op Elementair, onze podcast over wetenschap, te vinden op Spotify en op Libsyn.

Deze podcast wordt gesteund door het Fonds Ernest Solvay via de Koning Boudewijnstichting

Geplaatst door Geert op 16/04/2020 om 14:09