Dial H for Hanta

Wellicht sinds de prehistorie leven knaagdieren en mensen op gespannen voet naast mekaar, onder de constante dreiging wie de ander nu weer iets dodelijks zou aandoen. Meestal was het dan de mens, die de dieren weer een of ander vernieuwd vergif voorschotelde. In 1993 keerden de rollen echter om.

Plaats van het gebeuren: het Four Corners-gebied, op de kruising tussen Arizona, New Mexico, Colorado en Utah. Een jonge Navajo-indiaan meldde zich in mei van dat jaar aan in het plaatselijke ziekenhuis in New Mexico. Op het eerste gezicht was er niets vreemds aan de hand, het ging uiteindelijk maar over wat ademhalingsproblemen. Ze werden evenwel snel erger en de man overleed binnen de kortste keren, net als zijn vriendin, een paar dagen tevoren ook overleden aan dezelfde symptomen. Bovendien kon geen van de laboratoria van het ziekenhuis en omstreken enig verband vinden met een bekende ziekte. En alsof dat nog niet genoeg was, kwamen nog minstens vijf andere gevallen bovendrijven. Vijf andere jonge, gezonde mensen, dood door een acute ziekte van het ademhalingsstelsel.

Besmettingen met Hantavirussen in de Verenigde Staten
Bron: Wikidoc / CDC, CC BY-SA 3.0

 

Het Center for Disease Control and Prevention (kortweg CDC) sprong meteen op de zaak onder leiding van dr. Terry Yates. Via studie van de symptomen, en een speurtocht naar de aanwezigheid van virusgenen in het bloed van patiënten (met de meest geavanceerde moleculaire technieken) duurde het niet lang om de verantwoordelijke in de kraag te vatten. Of liever, in de eiwitmantel. Het betrof namelijk een voordien onbekende vorm van het Hantavirus. Het werd eerst Muerto Canyon gedoopt (Canyon des doods), een naam die later veranderde in Sin Nombre (Naamloos). De ziekte kreeg de poëtische naam ‘hantavirus pulmonairsyndroom’ (HPS).

Knaagdieren waren de dragers voor alle andere hantavirussen waar de wetenschap tot dan toe op was uitgekomen. Om de drager van dit specifieke virus tevinden, gingen de wetenschappers van het CDC stallen, schuren, houtstapels en woonruimten uitkammen. Bijna 1700 knaagdieren (van verschillende soorten) werden gevangen en onder strikte veiligheidsmaatregelen gedissecteerd. De drager van het virus was de hertmuiis, Peromyscus maniculatus. Minstens 30%van de gevangen muizen zat met Sin Nombre in het bloed. De besmette dieren zaten trouwens vooral in de nabijheid van patiënten. Het verdict was onverbiddelijk. Peromyscus was drager en de bron van Sin Nombre.

 

Transmissie-elektronenmicroscopische opname van het Sin Nombre Hantavirus. Orthohantavirus, de wetenschappelijke naam van dit geslacht, behoort tot de enkelstrengige (-)-RNA-virussen met enveloppe. Hantavirussen die het Hantavirus pulmonair syndroom (HPS) veroorzaken, worden overgedragen via contact met uitwerpselen van knaagdieren. Incubatie duurt 1 tot 5 weken. De ziekte begint met koorts en spierpijn, gevolgd door kortademigheid en hoesten.
Bron: CDC/Cynthia Goldsmith. Publiek domein.

Peromyscus maniculatus oftewel de hertmuis, een knaagdier dat voorkomt in grote delen van Noord-Amerika.
Bron: 6th Happiness / Rodentfancy, CC BY-SA 3.0

 

Anoniem, maar al eeuwen bekend...

Sin Nombre dwaalde al langer rond inde streek. In onderzoek van oude stalen, genomen van mensen die overleden waren aan een onverklaarbare longziek te, dook het virus op – tot bij een38jarige man uit Utah, gestorven in 1959. Zelfs de geneeskundige traditie van de Navajo’s, de oorspronkelijke inwoners van het gebied, bevat verhalen over een gelijkaardige ziekte... geassocieerd met het voorkomen van muizen! Waarom duurde het dan tot in 1993 voor wetenschappers het virus konden opsporen? Blijkbaar...had het weer het gedaan. De Four Corners regio was de jaren voordien gebukt gegaan onder zware droogte. Begin 1993 viel de langverwachte neerslag, onder de vorm van hevige buien aan sneeuw en regen. De planten lieten zich niet pramen, en groeiden en bloeiden op, dankzij de overvloed aan water. De knaagdieren volgden snel, en deden zich na jaren van hongersnood tegoed aan het plots voorradige voedsel, en ook hun aantal nam snel toe. En hoe meer muizen, hoe groter de kans dat het virus verspreid geraakt van muis naar muis... en dus ook van muis naar mens.

Het virus verschuilt zich in urine, uitwerpselen of speeksel van besmette dieren. Het aanraken of eten van voedsel waar de muizen aan of opgezeten hebben, kan fataal zijn, net zoals een beet van een besmette muis. Maar ook het stof in een stal of schuur waar de dieren net alle hoeken doorsnuffeld hebben op zoek naar eten (en duchtig hun grote boodschap hebben gedaan), hangt vol met muizenurine en dito keutels, met daarin hantavirussen. Wie in die stal begint te werken, ademt daarbij kleine stofdeeltjes en urinedruppeltjes in, beladen met virussen, en geraakt zo besmet.

Er zijn trouwens enkele tientallen soorten hantavirussen, en verwante soorten virussen komen in verwante soorten muizen voor... Het gevolg laat zich raden. In juni 1993 vertoonde een man uit Louisiana plots de symptomen van HPS, eind 1993 viel er een slachtoffer in Florida, en nog later een in New York. Niet één van hen was in de Four Cornersregio geweest, en telkens bleek alweer een nieuwe vorm van het hantavirus verantwoordelijk, en was het een andere knaagdiersoort die het virus tot bij de mens bracht. Ondertussen zijn er over het hele Amerikaanse continent verwante hantavirussen vastgesteld.

En nu we weten dat het hantavirus bestaat, verklaart het zelfs een aantal historische epidemieën, zoas dat van de English Sweate uit de eerste helft van de zestiende eeuw. Zelfs Henry VIII zou zichzelf in quarantaine gesteld hebben uit angst voor de onbekende en dodelijke aandoening die door zijn koninkrijk trok, Zijn toenmalige tweede vrouw, Anne Boleyn, en haar vader werden besmet, maar overleefden de ziekte.

Bij ons vandaag de dag komt in de rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) het Puumalavirus voor. Het virus veroorzaakt bij mensen een meestal vrij milde nierinfectie, maar kan ook hier leiden tot het dodelijke Hantavirus hemorrhagische koorts met niersyndroom. Besmetting gebeurt net als bij Sin Nombre, via contact met de uitwerpselen van de knaagdieren. Andere hantavirussen (die bijvoorbeeld bij bosmuizen en hun verwanten voorkomen) veroorzaken ernstiger aandoeningen met koortsaanvallen. Bij ons treft men deze gelukkig niet aan, maar ze komen wel voor in Zuidoost-Europa en Azië...

 

Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus)
Bron: soebe, Wikimedia, CC BY-SA 3.0

 

Deze blogpost is een aanvulling op Elementair, onze podcast over wetenschap, te vinden op Spotify en op Libsyn.

Deze podcast wordt gesteund door het Fonds Ernest Solvay via de Koning Boudewijnstichting

Geplaatst door Geert op 11/04/2020 om 19:24