Ik ben de dreiging die bloeit in de nacht…

De familie van de nachtschaden, in botanisch Latijn de Solanaceae, bevat ongeveer 2700 soorten verdeeld over een honderdtal genera. Nachtschaden komen voor op alle continenten, behalve Antarctica, maar kennen hun grootste diversiteit in Zuid- en Midden-Amerika. De oudste vertegenwoordiger verscheen al minstens 52 miljoen jaar geleden, zo bleek uit vondsten in Patagonië in 2017.

De zonnige gele bloem van de tomatenplant
Bron: DXLINH, Wikimedia, CC BY-SA 3.0

Ondanks deze grote diversiteit steken acht geslachten boven de andere uit, met samen zestig procent van alle nachtschaden. Het belangrijkste geslacht is Solanum. Bijna de helft van alle nachtschade hoort hier thuis.

Waar de Latijnse naam van de familie vandaan komt, is niet zeker. Een eerste verklaring verwijst naar het Latijnse woord sol, “zon”, omdat de bloemen van sommige nachtschaden lijken op een stralende zon. Zowel Solanum retroflexum als Solanum nigrum worden in het Engels trouwens wel eens aangeduid als sunberry. Meer steun is er echter voor een alternatieve verklaring, die de familienaam verbindt met het Latijnse werkwoord solari, “troosten, kalmeren” (denk aan het Nederlandse woord soelaas). Dit zou slaan op de psychoactieve stoffen die in vele nachtschaden voorkomen. Een laatste verklaring voor de oorsprong van het woord Solanum zoekt het zelfs in het Akkadisch (een taal die gebruikt werd in het Nabije Oosten tussen 2800 v.Chr. en de eerste eeuw n.Chr., en waaruit het Babylonisch en het Assyrisch zijn ontstaan). Het woord sululu uit deze taal betekent “gelukkig” en ook dat zou te wijten zijn aan de bedwelmende effecten van sommige soorten uit deze groep. Alleen kalmeren die stoffen niet, maar veroorzaken ze hallucinaties. De Franse benaming van de plant, morelle, is daar correcter in: morelle komt van morus, gek.

Prof. Dr. Oudemans had zijn eigen bedenkingen rond de afkomst van het woord Solanum. In zijn “Verklaring van de beteekenis der Geslachtsnamen van de Phanerogamen en Vaatcryptogamen, behoorend tot de flora van Nederland” (uit 1899) , schrijft hij dat de naam

“door sommigen afgeleid van solare, woest maken, alsof men door een zonnesteek (zon = sol) getroffen ware; door anderen echter van solamen, troostmiddel, naar aanleiding van het openbaren van kalmeerende eigenschappen. Wij kunnen het met geene dezer beschouwingen vrede hebben, daar solare niet van sol, ‘zon’, maar van solus, ‘alleen’, afkomstig is, en solare wel ‘woest maken’, maar in de zin van ‘eenzaam maken’ beteekent; en verder niet, omdat het solanine, dat alle soorten van Solanum tot vergiftige planten maakt, geenszins kalmeerende eigenschappen heeft. Wij hebben evenwel geene andere verklaring voor den naam Solanum kunnen vinden.”[1]

En wie zijn wij om deze erudiete man tegen te spreken…

De Nederlandse benaming nachtschade is al evenzeer verhuld in de mist van het verleden. Dodoens gebruikt bijvoorbeeld de term Nascaye om de wolfskers (Atropa belladonna) te benoemen:

Dit cruyt wordt nu ter tijt gheheeten Solanum lethale. In die Apoteke Solatrum mortale. In Hoochduytsch van sommighen Dollkraut van anderen Seukraut. In Neerduytsch Groote nascaye ende Dulcruyt oft Dulle besien. Ende dit cruyt en es gheen Solanum manicum/ noch gheen Solanum somniferum/ noch oock gheen Mandragora Morion/ maer es een ander gheslacht van Nascaye…

Andere namen die voor deze plant opduiken zijn:

  • 1644 Vlaams: Dullebezien, Nascaye (Groote)
  • 1616 Latijn: Solanum lethale
  • 1554/1557: Dollkraut, Dulcruyt, Dulle besien, Mandragoras Theophrasti, Nascaye (groote), Seukraut, Solanum lethale, Solanum mortale, Solanum mortel

Nochtans is de term nachtschade nog veel ouder: in het Oud-Engels treffen we het woord nihts?ada aan (en later ook nog nichtheschode), in het Oudhoogduits bestaat het woord nahtscata en in het Middelnederlands de woorden nahtscato, nihtscada en jawel, nachtscade of nachtscaduwe, door het geloof dat de plant nachtmerries kon bezweren.

Nachtschade wekt daarnaast de sfeer op van een nachtelijke (gevaarlijke) duisternis. Doordat vele nachtschaden giftige onderdelen hebben (de bessen van de wolfskers, de bladeren van de tabak en de aardappel, om maar een paar voorbeelden te geven), werden vele soorten vaak gekoppeld met gevaar en hekserij. De zwarte nachtschade, Solanum nigrum, werd bijvoorbeeld beschouwd als een verpersoonlijking van een tovenares die kwade geesten kon bezweren. Anderen leggen dan weer een verband met het Deense woord natskade, wat niet enkel slaat op de planten, maar ook op de nachtraaf (eigenlijk de nachtzwaluw, Caprimulgus europeaeus). Dit zou de brug leggen met de twee raven die in opdracht van de Germaanse oppergod Wodan (Odin in Scandinavië) de gebeurtenissen op aarde in het oog hielden, en waarbij weleens verwezen wordt naar de twee raven Huginn en Muninn, die Wodan voortdurend op de hoogte hielden van wat er op aarde gebeurde.

De nachtzwaluw, Caprimulgus europaeus
Dûrzan cîrano, Wikimedia, CC BY-SA3.0

Solanum dulcamara (bitterzoet). Het plantje zou door God geschapen zijn om ons te herinneren aan de (bittere) uitwijzing van Adam en Eva uit het (zoete) Aards Paradijs. Wie lichtzinnig naar bitterzoet grijpt, riskeert om weg te glijden in het moeras.

Ook andere culturen gebruikten het plantje als symbool. Zo vond het archeologische team onder leiding van Howard Carter een krans van allerlei plantendelen rond de mummie van Toetanchamon. Daarbij zaten bitterzoetzaden, op dunne reepjes van de bladeren van dadelpalmen geregen, een gebruik dat ook de Romeinse schrijver Plinius de Oudere al vermeldde.

Bron: Paul van de Velde, Flickr, CC BY 2.0

 

Wodan /Odin met Huginn (geheugen) en Muninn (gedachte) op zijn schouders.
18de-eeuws IJslands manuscript "SÁM 66", Árni Magnússon Instituut, IJsland.
Wikimedia, Publiek domein.

 

De nachtschaden, meer dan mooie bloemen

Wat de nachtschadefamilie zo gegeerd en geliefd maakt, is niet zozeer de biologische diversiteit. Er zijn andere plantenfamilies die minstens even divers zijn als de nachtschadefamilie. Vele van de nachtschadesoorten spelen echter een belangrijke rol in onze eigen ecologie: we eten ze, gebruiken ze om onze omgeving te verfraaien, en om ons beter te voelen. 

Uiteraard gebruiken we de prachtige bloemen om onze tuinen te versieren. Petunia’s, doornappel (Datura stramonium), engelentrompet (Brugmansia sp.) en siertabak zijn maar enkele van de voorbeelden.

Wellicht gaat er geen dag voorbij zonder dat we nachtschadeplanten eten. De aardappel (Solanum tuberosum) ligt op ons bord als puree, gekookt, gebakken, in een ovenschotel of als frietjes; we knabbelen op paprikachips; bij de Griek bestellen we moussaka. Gnocchi zijn pastavormen uit aardappelen, net als Thüringer Klöße. In Oost-Europa en Scandinavië dienen de zetmeelrijke aardappelen als basis voor de destillatie van alcoholische dranken, zoals wodka en akvavit. Het zetmeel wordt eerst omgezet tot suikers, waarvan gisten vervolgens alcohol maken. Aardappelbloem dient om sauzen en soepen te dikken. En het blijft niet bij voedsel voor mensen alleen: runderen kunnen tot 20 kg rauwe aardappelen per dag verorberen, en varkens winnen snel aan gewicht op een dagelijkse portie van 6 kg gekookte aardappelen.

Zetmeelkorrels in cellen van de aardappelknol.
Bron: Popular Science Monthly Volume 56- publiek domein

 

De tomaat duikt op in salades, pastasauzen, op pizza’s, in ketchup, gedroogd en in soep. Talloze variëteiten bieden elk hun eigen smaak: van de kerstomaat als snack over de stevige, grote Coeur de boeuf-variëteit (die het bijvoorbeeld goed doet in een carpaccio) tot de nieuwe Sweet Pink (een tomaat met een rozige kleur). Tomatensap is een lekkere zomerdrank, al dan niet gemixt met wodka tot een Bloody Mary-cocktail. Paprika’s bieden een palet aan gastronomisch plezier, van de zoete groente met de frisse toets tot de onbeschrijflijk hete habanero. In de eerder genoemde moussaka vinden we niet alleen de aardappel, maar ook de aubergine. Gojibessen zijn tegenwoordig hip als supervoedsel en duiken op in granola, yoghurt en vruchtensappen, ook al is het niet altijd duidelijk waar die reputatie dan wel op steunt.

Verschillende nachtschadeplanten bevatten overigens wel degelijk interessante werkzame stoffen. Een aantal daarvan hebben ondertussen alvast hun nut bewezen in de geneeskunde. Atropine, een stof uit de wolfskers (Atropa belladonna) die de spieren verslapt en de pupillen laat verwijden, wordt aangewend bij oogoperaties. Vrouwen druppelden in lang vervlogen tijden het net vermelde atropine in hun ogen om de pupillen te verwijden. Dit maakte hen, zo hoopten ze toch, seksueel aantrekkelijker. Andere stoffen worden eerder “recreatief” gebruikt. De bekendste stof is het nicotine uit de tabaksplant.

En het blijft niet enkel bij voedsel en geneesmiddelen. Aardappelzetmeel wordt veel gebruikt door de farmaceutische sector en in de textiel-, hout- en papierindustrie als hechtmiddel, bindmiddel, textuurmiddel en vulmiddel. Daarnaast is het een 100% biologisch afbreekbaar vervangmiddel voor de kunststof polystyreen en wordt het bijvoorbeeld gebruikt in wegwerpbestek en piepschuimen schaaltjes.

Verschillende types van vruchten bij Solanaceae. Linksboven: de bessen van bitterzoet (Solanum dulcamara); linksonder: gojibessen (of boksdoorn, Lycium barbarum); rechtsboven: de doosvrucht van de doornappel (Datura stramonium);rechtsonder: de doosvruchten van het bilzekruid (Hyoscyamus niger).
Bronnen (respectievelijk): linksboven en -onder: Sten Porse, Wikimedia, CC BY-SA 3.0; rechtsboven: Corin Royal Drummond, Wikimedia, CC BY-SA 2.0; rechtsonder: Amada44, Wikimedia, CC BY 3.0.

 

De apotheek van de nachtschaden

Een aloud gebruik van de nachtschaden is het maken van allerlei giftige kruidendrankjes.  De planten bevatten een exquis gamma aan alkaloïden: solanine, scopolamine en het afgeleide hyoscyamine, atropine, en (het zeer bekende) nicotine, te vinden in respectievelijk aardappelen en bitterzoet, bilzekruid, wolfskers en alruin, en ten slotte natuurlijk tabaksplanten. In hoge dosissen zijn al deze stoffen giftig, maar in lagere dosissen kennen we ze ook als een bron van soms interessante en zeer gegeerde alternatieve effecten.

Solanine is zo een stof: het is een giftig glycoalkaloïde met een bittere smaak dat voorkomt in verschillende soorten van de nachtschadefamilie, waaronder de aardappel, de tomaat en de aubergine. Het gif kan te vinden zijn in de bessen, de bladeren en zelfs de knollen. Bij de aardappelknol zit het gif bijvoorbeeld in de groene gedeelten van een knol – in een hoeveelheid van 0,075 mg/g aardappel. Niet alleen groene delen bevatten hogere dosissen, ook beschadigde knollen maken meer solanine aan.  Aardappelrassen die gegeten worden, zijn erop geselecteerd om een zeer laag gehalte aan solanine te hebben. Niet dat een solaninevergiftiging door het eten van aardappelen zo vaak voorkomt. Een van de beroemdste (en zelfs niet eens dodelijke) gevallen dateert uit mei 1899, toen een Duitse legerarts vaststelde dat 56 soldaten in zijn afdeling last hadden van problemen met maag en darmen, misselijkheid, hoofdpijn en algehele apathie. Na wat onderzoek bleek dat de piotten elk anderhalve kilo aardappelen hadden naar binnen gewerkt, met blijkbaar een zeer hoog gehalte aan solanine.

De molecule solanine (publiek domein)

De stof werd voor het eerst opgezuiverd in 1820 uit de bessen van Solanum nigrum, de Europese zwarte nachtschade. De stof bestaat uit twee delen: het alkaloïde solanidine enerzijds en een aantal suikermoleculen anderzijds. Scheikundig gezien hoort het solanine daardoor thuis bij de saponinen, een klasse van plantenproducten. Een vergiftiging met een lage dosis solanine leidt tot misselijkheid, diarree, braken, maagkrampen, hartritmestoornissen, nachtmerries, hoofdpijn, duizeligheid, jeuk en pijn in de gewrichten. Bij hogere dosissen treden hallucinaties op, maar ook verlamming, koorts, geelzucht, verwijde pupillen, en ten slotte, de dood. Let wel – een dodelijke dosis is slechts 2-5 mg solanine per kg lichaamsgewicht, en de symptomen van een solaninevergiftiging worden meestal pas duidelijk na 8 à 12 uur (al treden ze sneller op naarmate de dosis hoger is).

Voor de specialisten – blijkbaar opent solanine de kaliumkanalen van de mitochondriën in onze cellen. Daardoor verstoort de stof de delicate evenwichten van de verschillende ionen die er heersen in dit organel. Er komt meer kalium terecht in het cytoplasma en dit beschadigt (en doodt finaal) de getroffen cellen. Daarnaast blokkeert solanine ook de werking van het enzym cholinesterase, een enzym dan ervoor zorgt dat onze zenuwen na het doorgeven van een prikkel weer tot rust komen (en klaar zijn om een volgende prikkel door te geven). Wie meer wil weten, kan de figuur hieronder bestuderen.

De neurotransmitter acetylcholine speelt een rol bij de overdracht van signalen van de zenuwbanen naar de spieren. De zenuwcel geeft de stof af (1 op de figuur). Het acetylcholine wordt opgevangen door de spiercel, die daardoor samentrekt. Omdat dat samentrekken niet mag blijven duren, zet ons lichaam een enzym in dat het acetylcholine weer afbreekt: het acetylcholinesterase. Stoffen die dit enzym blokkeren, zorgen dus voor problemen met spiercellen (die niet meer kunnen relaxeren). Solanine is een van die stoffen, maar ook bepaalde insecticiden werken op die manier.
Bron: bewerkt, naar afbeeldingen van Servier Medical Art, CC BY 3.0

 

Ook tomatenplanten bevatten zo een stof: het tomatine. De gemiddelde mens voelt al vergiftigingsverschijnselen als zij (of hij) een dosis van 25 mg heeft binnengekregen. Gelukkig bevatten rijpe tomaten zeer weinig van deze stof (en bij uitbreiding dus eender welke wijdverspreide manier om tomaten te nuttigen). Om aan een schadelijke dosis tomatine te komen, moet men al meer dan 80 kg tomaten eten. Niet meteen iets wat we elke dag doen…

Gehalte aan tomatine (in mg per kg plantenmateriaal)

Onrijpe, kleine groene tomaten

548

Onrijpe, onvolgroeide tomaten

169

Groene salsa

27,5

Zongedroogde tomaten

21

Gele kerstomaten

9,7

Ketchup

8,6

Tomatensaus

5,7

Tomatensap

2,8

Rode kerstomaten

2,7

Gezeefde tomaten uit blik

1,1

Rijpe rode tomaten

0,3

 

Ook tomatine blokkeert het acetylcholinesterase. In de landbouw wordt de stof daarom ook gebruikt als middel tegen de Coloradokever, bepaalde slakken en zelfs een aantal schimmelinfecties. Tomatine is ook in staat om de celmembraan (het buitenomhulsel) van rode bloedcellen te laten barsten. (publiek domein)

Zelfs in aanraking komen met tomatenbladeren is geen probleem. Harold McGee, een journalist van de New York Times die zich heeft gespecialiseerd in de wetenschap van voeding en schrijver van het magnifieke boek Over eten en koken, berekende dat men zelfs een halve kilo gedroogde tomatenbladeren moet verorberen vooraleer er vergiftingsverschijnselen optreden. In een blogpost van zijn hand geeft hij trouwens aan dat hij er zelf regelmatig soep van kookt. Giftigheid is, inderdaad, geen absoluut gegeven.

Tomatine heeft trouwens ook een aantal interessante effecten. Zo stimuleert de stof ons immuunsysteem (en zet het onze witte bloedcellen aan om actiever op jacht te gaan naar bacteriën). Wetenschappers hebben zelfs vastgesteld dat tomatine kankercellen (in zekere mate) kan tegenhouden om zich door het lichaam van een kankerpatiënt te verspreiden (het proces dat men uitzaaiing of metastase noemt).

Nog zo een molecule is scopolamine, een actieve stof die voorkomt in doornappel, Brugmansia, Scopolia en bilzekruid. Ook scopolamine blokkeert de werking van het acetylcholine in de zenuwcellen en zorgt voor hallucinaties, geheugenverlies en slaperigheid. Af en toe nemen mensen het in als recreatieve drug, en de staatsveiligheid in het communistische Tsjechoslowakije zou de stof gebruikt hebben als waarheidsserum. En toch heeft ook scopolamine zijn goede kanten: het is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie een essentieel medicijn voor het behandelen van reisziekte en post-operatieve misselijkheid.

De molecule scopolamine (publiek domein)

Bronnen van scopolamine. Linksboven: Hyoscyamus aureus; rechtsboven: Datura stramonium; linksonder: Brugmansia aurea; rechtsonder: Scopolia carniolica.
Bronnen:
Lazaregagnidze, Wikimedia, CC BY-SA 4.0 - Pancrat, Wikimedia, CC BY-SA 3.0 - RI, Wikimedia, CC BY-SA 3.0 - Flobbadob, Wikimedia, CC BY-SA 4.0

 

[1] Citaat afkomstig van de zeer lezenswaardige blog AnneTannes Tuin, https://annetanne.be/kruidenklets/2008/06/09/bitterzoet-solanum-dulcamara/

Geplaatst door Geert op 25/11/2018 om 21:17